Op het eerste gezicht klopt het niet. Kleinkinderen vallen in tariefgroep II, met 18% en 36% schenkbelasting, bijna het dubbele van het 10% en 20% dat voor eigen kinderen geldt. Dat zou betekenen dat schenken aan kleinkinderen duurder is.
In de praktijk klopt dat zelden. Bij families met meerdere kleinkinderen kan rechtstreeks aan hen schenken zelfs tienduizenden euro's schelen vergeleken met dezelfde route via één kind.
Het mechanisme.
De Belastingdienst kent per ontvanger een eigen jaarvrijstelling. Voor een eigen kind is dat € 6.908. Voor een kleinkind € 2.769. Lager dus, maar elk kleinkind heeft zijn eigen vrijstelling.
Een grootouderpaar dat € 30.000 wil overdragen heeft daarvoor twee routes.
Route één. Schenken aan één volwassen kind, dat het zelf doorgeeft. Vrijstelling kind: € 6.908. Boven die vrijstelling: 10% schenkbelasting over € 23.092 = € 2.309. Het kind ontvangt netto € 27.691. Als dat geld vervolgens naar de kleinkinderen wordt doorgegeven, geldt opnieuw schenkbelasting tussen ouder en kind.
Route twee. Drie kleinkinderen, ieder direct € 10.000. Vrijstelling per kleinkind € 2.769, dus belastbaar per kind: € 7.231. Tarief 18%. Belasting per kleinkind: € 1.302. Totaal: € 3.906.
Op deze schaal verliest route twee. Maar verdubbel de bedragen en het kantelt.
De kanteling.
Bij € 60.000 schenken: via het kind belasting € 5.309, via drie kleinkinderen samen € 9.305. Het kind wint nog.
Bij € 90.000 schenken: via het kind € 8.309, via drie kleinkinderen € 14.705. Kleinkinderen lijken weer duurder.
Maar dit zijn allemaal scenario's waarbij je éénmalig schenkt. Spreid je het over jaren, en dat is precies waar de jaarvrijstelling voor gemaakt is, verandert het beeld fundamenteel.
De jaarvrijstelling, drie keer per jaar.
Een grootouderpaar met drie kleinkinderen kan elk jaar 3 × € 2.769 = € 8.307 belastingvrij overdragen. Over tien jaar: € 83.070. Geen belasting, geen aangifte, geen formulier.
Voor één kind is de jaarvrijstelling € 6.908, over tien jaar € 69.080. Minder. En als dat geld dan nog door moet naar de kleinkinderen, valt er opnieuw schenkbelasting overheen of moeten zij het pas bij erfenis krijgen.
Drie kleinkinderen tellen dus letterlijk drie keer. De hogere tarieven op kleinkinderen raken alleen het deel dat boven de vrijstelling uitkomt. Voor wie binnen de vrijstellingen blijft, doet het tariefverschil er niet toe.
Wat dit betekent voor je planning.
Twee dingen.
Een. Als de grootouders willen dat het geld bij de kleinkinderen terechtkomt, is de directe route bijna altijd voordeliger dan via een tussenstap door het kind. De omweg kost belasting bij elke stap. De directe weg kost belasting maar één keer, en alleen boven de vrijstellingen.
Twee. Hoe meer kleinkinderen, hoe groter het effect. Een familie met zes kleinkinderen heeft 6 × € 2.769 = € 16.614 vrije ruimte per jaar. Over twintig jaar is dat € 332.280 belastingvrij overgedragen aan de volgende generatie, voor wie strategisch plant.
De waarschuwing: schenken aan minderjarige kleinkinderen vraagt om aandacht. Het geld komt op een rekening op naam van de kleinkinderen, die juridisch beheerd wordt door de ouders. Daar zijn afspraken over te maken, maar het is geen onderwerp om te negeren.
De les.
Tariefgroepen lijken op het eerste gezicht alles te bepalen. In de praktijk doet de vrijstelling per ontvanger meer werk dan het tarief, zeker bij gespreide schenkingen over de jaren.
Voor families met meerdere kleinkinderen is de directe route fiscaal vrijwel altijd voordeliger dan de omweg via de eigen kinderen. Dat is geen complot van de Belastingdienst, het is gewoon hoe de wet werkt. Maar de meeste families ontdekken het pas als ze gaan rekenen.
Reken jouw schenkstrategie door op het schenkplan of erven of schenken. Tarieven 2026, gratis, eerlijk.