Schenken bespaart belasting omdat het vermogen verlaat de schenker voordat er erfbelasting overheen gaat. Maar schenken kost zelf ook belasting, in de vorm van schenkbelasting. Onder welke omstandigheden levert die uitruil winst op, en wanneer is het beter om gewoon te wachten op de erfenis?

Het korte antwoord: schenken loont vrijwel altijd binnen de jaarvrijstelling, en steeds minder zodra je daarboven uitkomt. Maar het ware antwoord zit in een paar variabelen die de uitkomst kantelen.

De drie variabelen die de uitkomst bepalen.

Een. Het verwachte tarief bij overlijden. Wie een groot vermogen heeft en kinderen die straks in de 20%-erfbelastingschijf vallen, heeft een sterk argument om nu te schenken in het 10%-vakje (jaarvrijstelling, eenmalig verhoogd) of zelfs in het 10%-schenkbelastingschijf boven de vrijstelling. Wie verwacht dat de erfgenamen onder de erfvrijstelling van € 26.230 per kind blijven, hoeft niets te doen.

Twee. De verwachte levensduur. Wie nog 25 jaar te leven heeft, kan 25 jaar lang de jaarvrijstelling benutten. Dat is voor een kind 25 × € 6.908 = € 172.700 belastingvrij, meer dan een gemiddelde Nederlandse erfenis. Wie nog 5 jaar te leven heeft, krijgt slechts 5 × € 6.908 = € 34.540 weggewerkt voor het overlijden komt. De rekensom kantelt fundamenteel op tijd.

Drie. De vermogenspositie van de schenker zelf. Een ouder die alles wegschenkt en daarna in liquiditeitsproblemen komt, heeft een fiscale winst maar een persoonlijk verlies. Schenken werkt alleen voor wie het kan missen.

De rekensom waar het vaak kantelt.

Een ouder van 70 met € 800.000 vermogen, twee kinderen, gezonde levensverwachting van vijftien jaar. Bij niet-schenken: vermogen groeit naar pakweg € 1.000.000 over vijftien jaar (na inflatie en verteren). Bij overlijden: erfvrijstelling 2 × € 26.230 = € 52.460. Belastbaar: € 947.540. Per kind € 473.770. Tarief 10% over € 158.669 = € 15.866, plus 20% over € 315.101 = € 63.020. Per kind erfbelasting: € 78.886. Twee kinderen samen: € 157.772.

Bij gespreid schenken: 15 × 2 × € 6.908 = € 207.240 belastingvrij overgedragen tijdens leven. Plus eenmalig verhoogde vrijstelling per kind van € 33.129 in het juiste jaar = € 66.258. Totaal vrij overgedragen: € 273.498. Resterend bij overlijden: € 1.000.000 minus € 273.498 = € 726.502 in plaats van € 1.000.000. Per kind € 363.251 erfdeel. Minus vrijstelling: € 337.021 belast. Erfbelasting per kind: 10% over € 158.669 = € 15.866, plus 20% over € 178.352 = € 35.670. Per kind: € 51.536. Beide kinderen samen: € 103.072.

Verschil: € 54.700 minder belasting voor de familie, door consequent jaarlijks schenken plus eenmalige vrijstelling. Op een vermogen van € 1.000.000 is dat ruim 5%. Voor het gemak van één keer per jaar een bankoverschrijving regelen.

Wanneer schenken niet loont.

Bij vermogens onder ongeveer € 250.000 voor één kind. Daar zit het meeste vermogen bij overlijden binnen de erfvrijstelling van € 26.230 plus de eerste schijf van 10%, en het verschil tussen 10% schenkbelasting nu en 10% erfbelasting later is nihil. Schenken levert dan administratieve last op zonder fiscale winst.

Bij een schenker die het zelf nodig heeft. Vermogensplanning is geen race tegen de Belastingdienst, het is een afweging tegen het eigen comfort en de onzekerheid van het leven. Een ouder die in de zorg belandt en het vermogen had weggegeven, kan eigen bijdrage betalen zonder buffer. Schenken moet gepaard gaan met een eigen vermogensbuffer die ruim is.

Bij families waar de relatie tussen ouder en kind onzeker is. Een schenking is onomkeerbaar (behalve via een herroepelijke schenkingsakte, wat zeldzaam is). Wie tussen ouder en kind nog onzekerheden heeft over hoe het verder gaat, schenkt op eigen risico. De € 6.908 jaarvrijstelling is fiscaal goed maar relationeel niet altijd verstandig.

Het contra-intuitieve geval.

Schenken aan een kind dat zelf vermogend is. Een kind dat al een groot vermogen heeft, ziet het ontvangen bedrag in zijn eigen box 3 belast worden tegen 2,16% (forfait). Een ouder die wist dat zijn vermogen straks in de erfbelasting komt, plaatst het in een box 3 die het ook verteert. De fiscale winst tussen schenking en erfenis weegt soms minder dan de doorlopende box 3-heffing op het ontvangen bedrag bij het kind. Voor vermogende kinderen kan een papieren schenking (zonder werkelijke overdracht, dus geen box 3-impact bij het kind) aantrekkelijker zijn dan een echte schenking.

De les in één zin.

Schenken loont sterker naarmate het vermogen groter is, de levensverwachting langer, en de erfgenamen al in de hogere schijven van de erfbelasting vallen. Voor de middengroep met € 300.000 tot € 1.000.000 vermogen is gespreid jaarlijks schenken bijna altijd het meeste rationele instrument. Daaronder vaak niet, daarboven valt meer te halen met geavanceerdere structuren.

Reken jouw situatie door op de vergelijkingstool, schenken nu versus erven later, fiscale uitkomst beide scenario's. Tarieven 2026.